Nieuws

Talent development is passe

Het aandeel zelfstandigen en flexibel werkenden groeit nog steeds. En de verwachting is dat dit nog verder zal stijgen.  Werkgevers willen aan de ene kant hun personele bestand graag flexibiliseren. Met een kleinere vaste kern en een grotere flexibele schil kunnen ze beter inspelen op de snel veranderende personele vraag.  Aan de andere kant is er ook de wens bij werk-nemers die graag (deels) iets voor zichzelf gaan doen. Bij jonge hoogopgeleiden heeft zelfs 60% deze wens. Deze vorm van  flexibilisering vinden werkgevers niet altijd gewenst. Maar stel nou eens dat de helft van deze mensen ook daadwerkelijk (deels) als zelfstandige aan de slag gaat…
 
Veel organisaties kiezen voor het “Binden en boeien” als de toonaangevende oplossing. Onder andere door aantrekkelijk ontwikkelingsmogelijkheden. Organisaties blijven met traditionele Talent Development programma’s investeren in hun eigen kweekvijvers met ‘vaste medewerkers’ die steeds minder interesse hebben om gebonden en geboeid te blijven. Hoe zinvol blijft zo’n ‘traditionele’ kweekvijver? Voor een vaste kern die steeds kleiner wordt? En die eigenlijk niet zo vast is als de gemiddelde werkgever zou willen?
 
Wordt het geen tijd om te stoppen met een kweekvijver en talent development programma’s waarvan de deelname gebaseerd is op de juridische contractvorm van de deelnemers met een organisatie? Kunnen we niet beter werken aan de ontwikkeling van talent dat verbonden is aan een organisatie met een psychologisch contract?  
 
Het lijkt mij zinvol en verrijkend om Talent Development programma’s van een organisatie open te stellen voor zelfstandigen en flexwerk-nemers die zich aan een organisatie gecommitteerd hebben. Niet contractueel, maar in hun hoofd. Zelfs als deze zelfstandige op dat moment niet werkzaam is bij het bedrijf.   
 
Dus weg met die traditionele kweekvijvers en talent developmentprogramma’s. Tijd voor een hybride vorm.